HET PÁRKÁNYI QUARTET

het Parkanyi Kwartet

Een opmerkelijke geschiedenis

Het was omstreeks 1970 toen violist István Párkányi (Duitsland, 1945) en altviolist Ferdinand Erblich (Oostenrijk, 1946) elkaar bij toeval ontmoetten in Keulen, Duitsland. István, op dat moment concertmeester bij het Kölner Kammerorchester en kwartetlid van het Enesco kwartet, bleek het al snel goed te kunnen vinden met Ferdinand, die toentertijd als soloaltist verbonden was aan het Gürzenichorchester. Ook muzikaal was er sprake van een klik, dat uiteindelijk uitmondde in een gedeelde passie: het oprichten van een nieuw strijkkwartet.

Het duurde nog enkele jaren voordat cellist Stefan Metz (Transsylvanië, 1941) István naar Nederland haalde, waar hij in 1975 concertmeester werd van het Nederlands Kamerorkest. Ferdinand verhuisde mee naar Nederland, evenals goede vriend en violist Heinz Oberdorfer (Duitsland, 1948) die later vanuit het Saarländische Staatsorchester een baan kreeg als aanvoerder bij het Residentie Orkest te Den Haag. Aangekomen in Nederland richtten de vier heren in 1976 het Orlando kwartet op, genoemd naar de Waalse componist Orlando di Lasso (1532-1594). Wat de vier leden toen nog niet konden bevroeden, is dat het nieuwe Orlando Kwartet het belangrijkste naoorlogse strijkkwartet werd van Nederland.

In samenwerking met Sándor Vegh, befaamd dirigent en kwartetdocent van István, ontwikkelde het zich tot een internationaal gerenommeerd kwartet. Zo won het de eerste prijs op het internationale concours Carlo Jachino in Rome en het internationale concours van de European Broadcasting Union in Helsinki. Later won het tweemaal de Grand Prix du Disque voor de Philips-opnamen die het kwartet maakte. In 1982 richtte Stefan het internationale kamermuziekfestival Het Orlando Festival op in Kerkrade, dat de naamsbekendheid van het kwartet nog breder deed uitmeten. In de hoogtijdagen speelde het over de hele wereld: van Frankrijk tot Japan en van Duitsland tot de Verenigde Staten. In 1983 schreef John Rockwell voor The New York Times dat het Orlando Kwartet als één van de belangrijkste kwartetten ter wereld kon worden beschouwd.

In 1984 besloot István zijn eigen weg te gaan als concertmeester en docent. Het zou twaalf jaar duren voordat hij –na weer een toevallige ontmoeting met Heinz en Ferdinand– terugkeerde in de kamermuziek. Vriend en (solo)cellist Michael Müller (Oostenrijk, 1961) deed hun gezamenlijke passie voor het strijkkwartet al snel weer oplaaien, waarna spoedig het Párkányi Quartet werd opgericht. Het duurde niet lang of het Párkányi Quartet werd gezien als de werkelijke comeback van het Orlando Kwartet, en daarmee van zijn onvergetelijke interpretaties van kamermuziek, die zoveel muziekliefhebbers van over de hele wereld hebben aangegrepen.